Logo
Home Contact
Wordt lid

Meldt u dan nu aan!
Al vanaf € 10,= per jaar steunt u het werk van Oud Enkhuizen.

Oud Enkhuizen signaleert...

1 2

Brief aan B&W over bestemmingsplan Snouck van Loosenziekenhuis, oktober 2009
Geacht college van Burgemeester en wethouders,

Met belangstelling hebben we kennisgenomen van de voorgenomen wijzigingen in het bestemmingsplan voor het Snouck van Loosenziekenhuis terrein.

In het bestemmingsplan worden aanpassingen gedaan voor nieuwbouw van 10 meter rondom en tegenover het ziekenhuis. In principe zijn wij niet tegen hoog bouwen in de binnenstad, maar we zijn zeker voor "passend in de omgeving en met bescherming van het stadsgezicht van de andere panden". Een mooi voorbeeld van hoog en toch passend in de omgeving vinden wij de Paktuinen. Daar is gekozen voor een afwisselende bouw met variabele elementen, waardoor minder massaliteit ontstaat.

Met betrekking tot de toekomstige bouwplannen in de Vijzelstraat en de tuin van het ziekenhuis zouden we u dan ook willen adviseren vooral te kijken naar de mogelijkheden om variabel te bouwen in bijvoorbeeld hoogte en steensoort, zodat we van "passend in de omgeving" kunnen blijven spreken.

Brief aan B&W over concept stadsvisie 2030, oktober 2009
Geacht college van Burgemeester en wethouders,

Hierbij laten we u weten dat wij kennis genomen hebben van uw concept Stadsvisie Enkhuizen 2030.

Als vereniging kunnen we ons goeddeels vinden in de voorgenomen plannen voor de stad Enkhuizen, zoals die in de Stadsvisie en de Structuurvisie worden verwoord. Met name daar waar in het plan gesproken wordt over een beschermd stadsgezicht en het belang van de cultuurhistorische waarde van onze stad kan onze vereniging zich natuurlijk heel goed vinden.

Ook de voornemens om tot een autoluwe binnenstad te komen, onderstrepen wij van harte. Er zijn ideeën geopperd om parkeren op (of onder) het Schootsveld mogelijk te maken. Met nadruk willen wij stellen dat dat voor de vereniging alleen aanvaardbaar is als het tot een wezenlijke verbetering van de beeldkwaliteit van de binnenstad leidt.

Zoals u van ons gewend bent, zullen we de ontwikkelingen in onze stad de komende jaren met belangstelling kritisch blijven volgen.

Brief aan B&W, gemeenteraad en grondzaken over Vijzeltuin, mei 2007
Geachte dames en heren,

Wij hebben het ontwerpplan 'De Vijzeltuin' van Projectontwikkelingsbureau De Nijs bestudeerd. Daarbij viel ons op dat de tekst uitgebreid is gelardeerd met positieve bijvoeglijke naamwoorden. De termen prettig, gezond, veilig, transparant, helder en overzichtelijk moeten een wervende werking hebben. Begrippen als 'intensieve beleving van het publieke domein', 'geneeskrachtige omgeving' en 'beschermde buitenruimte' versterken die werving nog meer.

Voor ons zijn er drie thema's die duidelijk te onderscheiden zijn. Dat zijn de medisch-sociale voorzieningen, en de bouwkundige en ruimtelijke vormgeving en de verkeersproblematiek.

Wij zijn ervan overtuigd dat de vestiging van een complex waar de medische zorg wordt geïntensiveerd, door elke inwoner van Enkhuizen en omgeving zal worden toegejuicht.

Wat betreft de bouwkundige en ruimtelijke vormgeving moeten we constateren dat de tuin grotendeels zal verdwijnen. Alleen de fraaie, monumentale beuken zijn nog nadrukkelijk in de plattegronden ingetekend.
De hoge bebouwing die geprojecteerd is op het verdwijnende parkeerterrein aan de Vijzelstraat zal optisch een versmallend effect van de straat teweegbrengen. De vormgeving lijkt sterk op die van het architectenbureau dat ook al zijn stempel gedrukt heeft op het stuk Kuipersdijk ten zuiden van de Vette Knol.
Begrippen als mooi en lelijk zijn natuurlijk afhankelijk van de waarnemer, maar wij hadden ons in deze omgeving van laatnegentiende-eeuwse architectuur een geheel ander ontwerp kunnen voorstellen.
Als daarbij dan ook de al aanwezige verkeersproblematiek sterk toeneemt, rijst de vraag: waarom dáár en waarom zó. We zullen proberen dat kwantitatief toe te lichten.

Op dit moment is het aantal parkeerplaatsen op het betreffende oppervlak 110. Na het bebouwen zullen dat er, met inbegrip van de parkeergarage, 111 zijn. Dus voor ongeveer 40 nieuwe wooneenheden zegge en schrijve 1 extra plaats. Uitgaande van de huidige norm die per wooneenheid tussen 1,2 en 1,5 parkeerplaats aangeeft, betekent dat een aanzienlijke verslechtering.
Het gegeven dat de bewoners vaak zorgbehoevend zijn, houdt in dat er een vergroot bestand van rollend hulpmateriaal is te verwachten, zoals rollators, scootmobielen en 45km-auto's. De geplande uitrit in de smalle Vijzelstraat, met een beperkt zijuitzicht en veel inkomend verkeer naar het centrum, lijkt dan ook een permanent gevaarlijke situatie te creëren.

Wij hebben ook onder ogen gekregen de plannen van het bouwbedrijf Scholtens. Zonder diep op die plannen in te gaan, kunnen we wel stellen dat dát bedrijf naar onze mening een visueel aanzienlijk fraaiere gevelinvulling voor de bebouwing aan de Vijzelstraat heeft ontwikkeld. Daarbij komt het aantal parkeerplaatsen ruim 20% hoger uit.
Een voordeel is dat het bestaande openbare parkeerterrein niet bebouwd hoeft te worden dat van daaruit dus ook geen onoverzichtelijke uitrit is gepland.

Uw beslissing van nu zal het beeld van de Vijzelstraat voor tenminste vijftig jaar bepalen. Wij hopen dat u onze visie bij uw overwegingen wilt betrekken.

Brief aan B&W over Compagniesbrug, mei 2007
Geacht college,

De vraag welk ontwerp voor de Compagniesbrug het beste is, zal voor de meeste Enkhuizers niet zo moeilijk zijn. Het uit de vele commentaren te destilleren antwoord lijkt ons: het bestaande!

Als de brug in zijn huidige vormgeving zou worden teruggerestaureerd, moet iedereen wel tevreden zijn. Het probleem van de verhoogde verkeersdruk nu ten opzichte van die van vroeger blijft echter wel bestaan.
We hebben hier te maken met grofweg drie categorieën van gebruikers: de wandelaars; de fietsers en lichte of smalle motorvoertuigen; het zware verkeer als bussen en vrachtwagens. Voor het zware verkeer lijkt het ons makkelijk: niet over de brug, maar langs de huidige route van Vissersdijk, Donkerstraat, Van Linschotenstraat en vice versa.
Voor het lichte motorverkeer moet er een rijbaan komen met een breedte die maar één voertuig met meer dan twee wielen door kan laten. Er zal dan wel een voorrangsregeling nodig zijn. De verkeerscongestie die te verwachten is als er regelmatig zwaar verkeer mag passeren, kan met deze maatregelen vermeden worden.
Voor de wandelaars moet een iets verhoogd, smal wegdek komen, een soort trottoir. Als voorbeeld wijzen we u op de bruggen in het Grote Oost en tussen de Muntstraat en de Pakhuisstraat in Hoorn.

Berekeningen moeten uitwijzen of bij bovenstaande voorwaarden een iets breder middenstuk van de brug dan het bestaande nodig is. Het belangrijkste is dat men redeneert van 'smal, desnoods íets breder' in plaats van 'breed, desnoods iets smaller'.

Bij de ook gehoorde optie van eenrichtingsverkeer over de brug blijft de mogelijkheid dat het zware verkeer óók van de brug gebruik moet maken. Dat betekent hoger eisen aan de constructie.

In de hoop dat onze suggesties bijdragen aan een behoud van het door velen gewaardeerde beeld van het gebied tussen Stadhuis en Zuiderzeemuseum tekenen wij.

Brief aan B&W en gemeenteraad over Boschplein, april 2007
Geachte dames en heren,

De op economische gronden gegroeide behoefte om open stukken in een stad van hoogbouw te voorzien, die domineert in de oude omgeving, lijkt zich in Enkhuizen tot een natuurwet te ontwikkelen. Het invullen van het gebied met de navrante naam Boschplein lijkt deze stelling te bevestigen. Een plan van een projectontwikkelaar, dat al in 2000 is aangeboden, zal in 2007 uitgevoerd worden.

Het gebied dat ooit plaats gaf aan een klooster met kapel, onderging even na 1800 een kaalslag. De stad, die toen nog weinig plantsoenen had, plaatste er bomen en in de wandeling ontstond de naam Het Park. Onvermijdelijk werd dat Park een Bosch. En dat bos vormde in de negentiende eeuw een schaduwrijke plek voor zich vermeiende Enkhuizers. Nu dreigt de voorgestelde bebouwing met een nokhoogte van 14 meter, een schaduwopdringend effect te krijgen voor de bewoners van de merendeels kleinschalige bebouwing in de omgeving.

De Vereniging Oud Enkhuizen realiseert zich dat een verlaging van de nokhoogte ten koste zal gaan van een bouwlaag. De baten echter bestaan uit een verhoging van het woongenot van veel omwonenden en een evenwichtige verhouding tussen de monumentale Zuidertoren met kerk en de laagbouw eromheen.

Een positief element in het plan lijkt ons de vergroting van het Zuiderkerkplein. De voorwaarde echter dat de onderste laag van de nieuwbouw geen woningen bevat, maar zakelijk zal worden ingevuld, zal de te vormen pleinwand een ongastvrije uitstraling geven. Doodse wanden moeten, rond zo'n sociaal en publieksgericht plein, vermeden worden.

Wij vragen u om deze overwegingen in uw besluitvorming mee te nemen.

Brief aan B&W en gemeenteraad over Harlingersteiger en Compagniesbrug, maart 2007
Geachte dames en heren,

In de nabije toekomst zult u over twee onderwerpen beraadslagen waar de Vereniging Oud Enkhuizen zich sterk bij betrokken voelt. Het zijn de verlengde Harlingersteiger en de Compagniesbrug.

Over de plaats van de Harlingersteiger hebben we al eerder een aanbeveling gedaan. U hebt dat voorstel positief beoordeeld. De steiger komt noordelijker dan oorspronkelijk was gepland. De vorm van de steiger en het materiaalgebruik heeft naar onze mening nauwelijks invloed op het beeld van de omgeving.

Over een ander aspect, de gebruikers, hebben we ons in de betreffende brief nauwelijks uitgelaten. Bij nadere informatie en door eigen waarneming blijkt dat uw doelgroep voor deze steiger, de zogenaamde cruisevaart, gebruik maakt van hoge witte schepen die boven de omgeving uittorenen en die, vanaf het water gezien, het zicht op het historische waterfront ernstig verstoren. Wij wezen er al op dat de buitenkant van een beschermd stadsgezicht ook beschermd zou moeten zijn. Zeker voor de oude zeemuur is in de loop der jaren toch al een ad hoc-bebouwing ontstaan. Deze historische verdediging tegen water en vijandelijke belagers verdient beter.

Niet alleen het zicht op de stad wordt verstoord door de drijvende, helwitte "flatgebouwen". Ook het uitzicht op het water, dat voor de vele wandelende stadgenoten en toeristen een grote bekoring heeft, wordt ernstig aangetast. De bewoners van de Wierdijk zullen dit zeker beamen.

In uw toelichting op de plannen draagt u impliciet de oplossing aan voor dit probleem.

U schrijft dat de periodes van de cruisevaart en chartervaart elkaar bijna niet overlappen. Dat houdt naar onze mening in dat zeker een groot deel van het seizoen de Gependam door de cruisevaart kan worden gebruikt. Eventueel zou gedurende een korte periode de chartervloot kunnen aanmeren aan de nieuwe steiger. Het waterfront zou daar zeker door verfraaien.

Veel van onze leden hebben contact met ons gezocht omdat ze over de bekend geworden plannen en door hun ervaringen tot nu toe grote zorgen hebben. We zijn ervan overtuigd dat u die zorgen niet naast u neer zult leggen.

De Compagniesbrug komt al voor op zeventiende-eeuwse kaarten van Enkhuizen, steeds als een ophaalbrug.

De eisen die in uw toelichting worden gesteld zijn in de loop der tijden aanzienlijk toegenomen. Gemotoriseerd verkeer, fietsers en voetgangers zijn op het smalle loopvlak moeilijk te combineren. Bovendien moet de verkeersstroom te water, dus loodrecht op de brug, ook mogelijk blijven. U geeft aan een oplossing te hebben gevonden door met verschillende niveaus te werken. Uw schrijft zelfs over een belastingniveau 45, zonder dit toe te lichten. Wij weten dat dit criterium bij parkeergarages aan de orde is en dat stemt ons niet optimistisch over de definitieve vorm waarin de brug zal terugkeren. Misschien is dat gemotoriseerde verkeer over de Donkerstraat nog zo gek niet.

We zijn er zeker van dat u, net als wij, overtuigd bent van de unieke, museale omgeving van deze brug en dat bij de reconstructie het historische beeld zo goed mogelijk moet worden behouden.

Brief aan B&W over Kat en Hondsbrug, januari 2007
Geachte dames en heren,

Er komt een nieuwe Kat en Hondsbrug en u gaat besluiten over de vorm en daarmee over een belangrijk element in het stadsbeeld.

Zeker als het bedrijfsgebouw dat het Snouck van Loosenpark nu afschermt, wordt gesloopt, zal de brug prominent deel uitmaken van een beeld dat grotendeels als achtergrond heeft de romantische contouren van het genoemde groengebied. Het is de vraag of de geplande vormgeving die u nu gaat beoordelen, de kwaliteit van het totaalbeeld zal versterken of beschadigen.

De argumenten om een goede verbinding tussen Paktuinen en Waaigat te maken, zijn naar onze mening voor-de-hand-liggend, al lijkt ons de functie voor de brug als verkeersremmer vergezocht. Daar is een brug niet voor.

Wij hebben er begrip voor dat er niet gekozen is voor een basculebrug. Toch is het jammer dat niet enigszins teruggegrepen is naar het beeld dat vele jaren deze omgeving accentueerde. De koele, zakelijke vorm die nu wordt voorgesteld beperkt bovendien onomkeerbaar de toegang tot en de functie van de achtergelegen kom, het voormalige Waaigat.

We kunnen ons niet onttrekken aan de indruk dat er alleen maar gedacht is aan een brug en niet aan de omgeving. En dat is jammer, temeer daar het beeld van het gebied aan en rond de Oude Haven (de Dijk) toch al regelmatig onder druk staat van een grote verscheidenheid aan nieuwbouwprojecten.

Het is jammer dat er geen keuze mogelijk is uit meer ontwerpen.

Dat de tijdsdruk hierbij een rol speelt, kan niet opwegen tegen het feit dat hier een besluit gaat worden genomen voor tenminste de komende vijftig jaar.

Brief aan B&W over de werf aan de Paktuinen, november 2006
Geachte dames en heren,

Enige tijd geleden werden we door een verontruste omwonende geattendeerd op de wijzigingen die voor de scheepswerf tussen Paktuinen en Oude Haven (de Dijk) op stapel stonden. Men meldde ons dat de nautische uitstraling van het gebied niet gehandhaafd zou kunnen blijven en dat de eigenaar van grond en bebouwing had gekozen voor woningbouw.

We hebben toen contact gezocht met de afdeling van de gemeente die daarover gaat. Dat contact mondde uit in een gesprek met de betreffende wethouder. Uit dat gesprek hebben we geconcludeerd dat, in de ogen van het gemeentebestuur, de voorgestelde bebouwing een positieve bijdrage zou hebben voor de stad en in het bijzonder het betreffende gebied. Voorts dat een andere oplossing niet tot de mogelijkheden behoorde.

Omdat we over de architectonische kwaliteiten van het bouwplan sec niet negatief waren, hebben we ons bij de toekomstige ontwikkelingen neergelegd. Temeer daar we de indruk hadden dat uitbreiding van de bestaande nautische activiteiten niet tot de mogelijkheden behoorde.

Onze bedenkingen tegen de visuele aantasting van het historische beeld blijven echter wel overeind staan. De vanouds herkenbare invulling van het gebied met nautische bedrijven blijft onze voorkeur houden.

Tot onze verbazing lazen we in de pers dat, in tegenstelling tot wat in uw raadsvoorstel onder bijzonder functies wordt vermeld, er wel degelijk belangstelling is van de aanpalende scheepsbedrijven om de grond bij hun terrein te trekken, maar dat de vraagprijs van dien aard was geworden dat zoiets economisch onverantwoord zou zijn. Ook blijkt nergens dat er door wie dan ook een positieve acquisitie is geweest om werfactiviteiten aan te trekken.

Waar we ons verder zorgen over maken is de invloed van de nieuwe woningbouw. Kunnen hinder- en milieuwetten de nog bestaande nautische bedrijven op de werf het bestaan helemaal onmogelijk maken?

Omdat u zich binnenkort gaat uitspreken over bovenstaande materie, vragen we u onze opvattingen bij uw overwegingen te betrekken.

Brief aan B&W over Cruiseschepen aan de Harlingersteiger, juni 2006
Geacht college, geachte dames en heren,

Regelmatig worden wij benaderd door verontruste inwoners van Enkhuizen, leden van onze vereniging, die hun zorg uitspreken over de aanleg van de verlengde Harlingersteiger en de daaruit volgende verstoring van het uitzicht op het Krabbersgat. De Vereniging Oud Enkhuizen voegt daaraan toe dat niet alleen het uitzicht �p het water wordt verstoord, maar, en dat is minstens even belangrijk, ook het uitzicht van�f het water op de stad raakt aangetast. De monumentale zeemuur, die dezelfde beschermde status zou moeten hebben als de vestingwal, wordt al grotendeels aan het zicht onttrokken. Het stuk, dat nu nog onbelemmerd kan worden gezien, dreigt, door een vloot van opvallend grote passagierschepen, gedurende een lange periode schuil te gaan achter een witte barricade. Het unieke waterfront wordt bedorven.

Wij hebben begrip voor de overwegingen van economische aard die de besluitvorming in deze richting sturen. We vinden echter ook dat het beschermd stadsgezicht niet alleen voor het interieur van de stad moet gelden, maar ook voor het exterieur. Daarom lijkt ons het voorstel om de nieuwe steiger naar het noorden te verplaatsen een kleinere schade aan het stadsbeeld op te leveren. Het gebied dat nu wordt ingenomen door een rommelige, werfachtige plaats voor winterstallingen, met de nautische krijgskleuren van de kantoren van de Compagnieshaven, kan nauwelijks een slordiger beeld krijgen dan het nu al heeft. De muur is daar al aan het zicht onttrokken. Wij steunen dan ook dit initiatief.

In uw berichtgeving lijkt de restauratie van de Compagniesbrug financieel aan de bouw van de nieuwe steiger gelieerd te zijn. Het noemen van het woord subsidie is vaak een belangrijk overtuigingsmiddel. Wij zijn het met u eens dat de magistrale ophaalbrug met de huidige functie van een loop/fietspad zo spoedig mogelijk weer in de oude staat hersteld moet worden. In de berichtgeving klinken echter woorden als verbetering en verbreding door. Wij hopen van harte dat deze termen niet inhouden dat de historische uitstraling van deze beeldbepalende brug geweld zal worden aangedaan.

Clarissenplaats
Aan de rand van de Clarissenplaats staat een pakhuisje met bijbehorende schuur. De schuur is waarschijnlijk niet meer te redden, maar het pakhuisje nog wel. Tenminste, als de eigenaar daar aan wil meewerken.

Stegen als de Harkesteiger, bij de Clarissenplaats, waren in vroeger tijden, zo halverwege de 17de eeuw, volgebouwd met huizen en pakhuizen. In die periode was het woekeren met de ruimte in Enkhuizen. Het steegje waar dit pakhuisje staat was ongetwijfeld helemaal volgebouwd, tot aan de Driebanen aan toe. Deze nog resterende pandjes zijn de stille getuigen van een tijd waarin veel mensen dicht bij en op elkaar leefden.

Pandjes als het hier getoonde pakhuisje verdienen een beter lot. Dit soort pandjes heeft Enkhuizen gevormd tot wat het nu is: een nog grotendeels authentieke binnenstad met talloze monumenten. Wat jammer nou dat niet iedereen dat op waarde weet te schatten.

30-12-2006: Inmiddels bereiken ons geluiden dat het pakhuisje verbouwd gaat worden tot woonhuis, met respect voor de architectonische waarde van het gebouwtje. Wij zijn bijzonder blij met deze ontwikkeling!